gedachtenspinsels

Archief voor mei, 2011

Lieve deugd

Een uitroep die je vroeger nog wel eens hoorde was: “lieve deugd”, want lief was zij, die deugd. Alles ademde zo’n beetje deugd zo tot mijn twaalfde levensjaar; op school, in de kerk en dan niet te vergeten in de boeken die je las. De hoofdpersoon was altijd een nobele jongen, die steeds erge spijt kreeg als hij toch iets verkeerd deed en dan kwam alles weer goed. Behalve Pietje Bell natuurlijk, maar die had dan wel weer een hart van goud. De tegenspeler daarentegen keek vals, lachte gemeen en vloekte daarbij ook nog eens regelmatig, zodat je wist: die deugt niet.

Deugd; een prachtig woord dat echter wat in de vergetelheid is geraakt en eigenlijk al ouderwets begint te worden. Is het immers niet taboe om de deugd te prediken, daar waar dit vroeger zelf als een deugd werd gezien? Wellicht wordt dit taboe veroorzaakt door de ongemakkelijke vrees om voor hypocriet uitgemaakt te worden. Helvetius zei het immers al: “de deugd heeft vele predikers en weinig martelaren”. De splinter in het oog van de ander valt toch altijd meer op dan de balk in die van jezelf.

Er zijn mensen die wat verholen flink doen als zij verkondigen wat voor streken zij nu weer geleverd hebben en er wordt, mits niet al te ernstig, dan ook vaak smakelijk om gelachen, inclusief door de schrijver dezes. Worden wij zelf echter op onaangename wijze geconfronteerd met de ondeugdzaamheid van onze medemens dan zijn de bekende rapen meestal gaar. Maar goed, zedenprekerij is nogal irritant en zoals gezegd, men kan worden bepaald bij de balk in het eigen oog.

“Wees niet deugdzamer dan uw krachten toestaan”, zei Nietzsche en dan kom ik toch onwillekeurig uit bij die tekst: “de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.” We willen volgens mij best wel deugdelijk zijn, maar vaak achteraf. Gelukkig vindt stiekem iedereen deugd wel een goede zaak, zodat het uiteindelijk wel goed komt allemaal. Lieve deugd, wat een uitspraak!

 

Advertenties

Wie de weg kwijt is, komt nog eens ergens

Deze boeiende spreuk kwam ik laatst tegen op een forum, waarin levensbeschouwelijke onderwerpen werden besproken. Mooi gevonden en, zo op het oog heeft het gezegde een uitdagende en avontuurlijke lading. Je komt nog eens ergens, leuk toch? Af en toe wat ronddwalen in een onbekende omgeving kan een interessante bezigheid zijn, maar wat als je de weg kwijt bent? Verweest ronddolen kan dan een gevolg zijn en wie dat lang genoeg doet zal merken dat hier weinig uitdagends en avontuurlijks aan is. Ik geloof niet dat ik veel mensen ken die het prettig vinden om zonder wortels of basis door het leven te gaan en zij die beweren daar wel de voorkeur aan te geven maken op mij eigenlijk niet zo’n gelukkige indruk.

“En vraag niet naar de weg, want iedereen is de weg kwijt”, zong Frank Boeyen in de muzikaal wat donker aandoende jaren tachtig. Ik vond dit altijd al een mistroostige strofe en kon mij eigenlijk niet voorstellen dat hij dit echt meende. Niet weten wat de weg is wil echter niet zeggen dat je die dan ook kwijt bent. Men kan zich op het juiste pad bevinden, zonder zich daarvan bewust te zijn. Is het wel nodig altijd te willen verklaren en te beredeneren? De puriteinen onder ons zullen vinden van wel, immers, de waarheid moet gepredikt worden, en men wil die met hand en tand verdedigen, ervan uitgaande dat iedereen deze moet beamen.

Geen idee wat de weg is, hoe die eruit ziet, waarheen die leidt, maar toch in het vertrouwen dat het goed komt, dat kan ik me eigen maken. Niet de weg kwijtraken in het heelal van opvattingen, filosofiën, religies, maar desondanks voelen dat je kent zonder te weten.

Wat ik zoek is harmonie, evenwicht en vrede met het leven in al zijn facetten. Zeker, een hele klus en misschien zal dit nooit ten volle gevonden worden, maar die zoekt zal vinden luidt de spreuk. Misschien ligt in het zoeken zelf al een antwoord besloten en zijn vinden en gevonden worden uiteindelijk gelijk.

 


Het zwaard van Damocles

Onbezorgd door het leven huppelen. Geen zorgen voor morgen. Omdat de mens  immers het meest lijdt aan het lijden dat hij vreest, maar dat, zoals beloofd in de spreuk, toch nooit op komt dagen. En daar zit hem de kneep; dat moet je geloven. Positief denken heet zoiets….geloven dat het lijden nooit op komt dagen. Dat gaat aan mij voorbij. Dat heeft alleen een ander. Struisvogelpolitiek? Ik weet het niet. Steekt degene die zich maar zorgen maakt over al wat hem zou kunnen overkomen zijn kop niet in het zand voor het goede dat het leven kan brengen. Wat baat het, je zorgen te maken voor de dag van morgen, als datgene dat je ten deel zal vallen, hetzij goed, hetzij kwaad, onomkoombaar is. Want je lot ligt vast, dat geloof ik zeker. Denken dat je je lot kunt beïnvloeden, berust op suggestie, omdat je lot slechts achteraf kan worden herkent. Vooraf worden dingen vermoed, kunnen zaken worden berekend of verwacht, maar zeker weet je het als het achter de rug is en zo wordt het lot bepaald.

Na ons de zondvloed, het klinkt me onverschillig in de oren. Toch kan het een houding zijn die bij sommigen een voorwaarde is om de zorgen die ze zich anders zouden maken, naar de achtergrond te dringen. Het zwaard van Damocles hangt ons allen boven het hoofd. Ziekte, verlies en dood zullen eens ons pad kruisen, of je wilt of niet. Zaak is: hoe ga ik met dat gegeven om? Ik lijd aan het lijden dat ik vrees en dat eens op zal komen dagen, dat is zeker, maar hoe vind ik troost en kracht om dit, als het mij ten deel valt, te dragen. Kan ik mij hiervoor prepareren? En hoe doe ik dat dan? In religie, spiritualiteit, van familie, vrienden? De energie die je positief doet denken en voelen, hoe kan ik die grijpen, vasthouden?

Geen zorgen voor de dag van morgen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Ik heb geleerd dat de “vogelen des hemels” zo leven. Daar kan ik dus nog wat van leren. Laat ik beginnen met af en toe eens een vrolijk deuntje te fluiten.

 


Het pad, het steen en het onkruid

Een titel waarmee je veel kanten op kunt. Het pad komt ergens vandaan, gaat ergens heen. Waar vandaan? Waarheen? In mijn schetsen wordt die vraag niet beantwoord. Het blijft een mysterie, zoals het ook voor ons allen in wezen een mysterie is waar de mens zijn oorsprong vond en waarheen of waartoe dit alles zal leiden. Velen vinden zingeving of zelfs antwoorden in religie of spiritualiteit. Ikzelf zou rationeel hier echter geen zinnig woord over kunnen zeggen. Wat dat betreft ben ik een agnost, zij het met orthodox calvinistische wortels. Dat is goed, ik heb daar vrede mee.

Het pad, metafoor voor levenspad, is er één die wij allen bewandelen. Ik teken daar graag stenen, rotsen en keien bij, vaak omgeven met onkruid, fantasie planten of bomen en wat er maar in me opkomt. Desolaat? Ik dacht het niet. Hoewel, een feestelijke omgeving zou ik het nu ook weer niet willen noemen, maar een troosteloze indruk krijg ik er toch niet van. De rotsen geven het beeld iets hards, ja, zouden er alleen maar rotsen en keien zijn, dan zou ik wellicht weinig hoopvols hebben te melden, maar het onkruid, het plantengewemel en de bomen zorgen voor toch wat fleur aan het geheel.

Onkruid; hoezo eigenlijk. Het is maar hoe je het bekijkt en wat je belang is natuurlijk. Wil je je tuintje -strakinhetpak- dan zul je dit kruid weinig kunnen waarderen, maar wie langs weiden en velden wandelt, kan toch erg genieten van de kleur en veelzijdigheid van dit immer opkomend en niet kapot te krijgen fenomeen. Hoe strak is je tuintje? Hoe strak wil men je tuintje? Hoe wil je zelf dat deze eruit moet zien? En dan niet te vergeten, hoeveel energie, motivatie en werklust heb je om het allemaal te onderhouden. Hoeveel tijd of zin mag of kun je vinden om nog te dolen langs bermen en velden, om belangenloos te kunnen genieten van de kleur en fleur, van een wereld, die niets van je vraagt.

Het pad, het steen en het onkruid, ik wandel met wisselende moed, rust uit op een steen en kauw wat op een grasspriet.